Op dinsdag 20 april 2010 om 11.20 uur rookte ik, toen nog onwetend, mijn allerlaatste sigaret. De plek weet ik ook nog, bovenaan de roltrap bij metrostation Gerdesiaweg. Ik nam een laatste trekje, gooide de half opgerookte peuk op de grond en haastte me naar de metro waar ik een halte later uitstapte om naar de tandarts te gaan. Ik had een behandeling aan een kies ergens onderin, of weet ik het. Mijn tandarts en ik hebben een deal: zij doet wat ze moet doen, maar ik wil niet weten hoe of wat. Die spuit met verdoving, vooruit, knal hem er maar in, maar ik wil hem niet zien. Heel prettig zo.
De behandeling was bijna te einde en de tandarts vroeg of ik rookte. Ik knipperde met mijn ogen zo van ‘ja’. “Ah. Nou, dat mag dan even niet meer, anders was deze behandeling zinloos, je mag pas over 24 uur weer roken”. Ze vervolgde met een uitleg, iets over uitharden, glazuur, yadda yadda yadda. Mijn gedachten waren er allang niet meer bij. Want zeg zoiets tegen een onvoorbereide kettingroker als ik toen was en geheid zal diegene in paniek zijn en je allang niet meer horen. Paniek van binnen. Dat hou ik nooit vol, 24 uur. Ik rook gewoon stiekem wel, merkt ze toch niet. Toen ineens dacht ik: Wat nou als…Wat nou als ik gewoon…stop?
Ik verliet de tandartspraktijk. Normaal was het eerste wat ik zou doen mijn pakje Camel 23 stuks en aansteker uit mijn jaszak halen en buiten meteen een peuk opsteken. Maar nu…Ik stopte mijn handen in mijn jaszakken en voelde hen. Ze schreeuwden naar me. Neem ons! Wij zijn slecht maar wat kan jou het schelen, je neemt ons al zo’n 17 jaar, kom op, steek ons aan, neem ons… De aansteker gilde: “gebruik me, you know you want to baby!” Ik negeerde ze en de adrenaline schoot door mijn lijf. Wat nou als…Wat nou als ik dit vol hou? Ik ging linea recta naar de stad en kocht van alles bij Etos. Van nicotinekauwgom tot pleisters tot pillen. Daarna ging ik naar huis. Ik weet niet meer precies hoe ik die dag ben doorgekomen, maar zonder die hulpmiddelen. Wat was ik trots! Na twee dagen bracht ik alle onaangebroken spullen weer terug naar Etos.

Ieder uur dat ik niet rookte voelde de eerste paar dagen als een dag. De eerste twee, drie dagen waren loodzwaar. Ik was trots, maar ook rillerig, huilerig, onrustig en opgefokt. Het was trouwens sowieso al een nare periode omdat mijn relatie de maand daarvoor was gestrand. Dan is wel het laatste wat je op zo’n moment probeert, te stoppen met je number one verslaving, die al stand houdt sinds je veertiende. Zou je denken. Maar mijn idee was, ik voel me nu toch al waardeloos, dan maar dubbel zo slecht.
Na een paar dagen werd het steeds makkelijker. Ik verheugde me op de verbaasde en ongelovige gezichten van de mensen om me heen. Dat geloven ze nooit, haha…Suzanne? Gestopt? Ik was, zeker op het laatst en juist in die rotperiode, een kettingrookster. Stond er letterlijk mee op en ging er mee naar bed. Stak nog net niet de ene met de andere aan. Helemaal wanneer ik achter de computer zat, dan ging het ongemerkt snel met die Kamelen. Bakken met geld heb ik de makers van Camel gegeven, in ruil voor hun kankerverwekkende smerige staafjes tabak. Overigens heb ik al die tijd mijn sigaretten, aansteker en asbak, gewoon in huis gehad. Pas na een week of twee heb ik die weggegeven. Heel definitief was dat. Het is een afscheid van een jarenlange gewoonte en daarmee ook bekennen aan jezelf en de rest van de wereld dat je vanaf nu een ex-roker bent. Vooral na het eten had ik het af en toe wel moeilijk. Nu nog steeds zo nu en dan, trouwens. Dan heb je gewoon behoefte aan iets, ja, die sigaret dus. Wat ik een prettig alternatief vind is zoethout. Het klinkt gek, maar daar kun je op ‘inhaleren’, je hebt iets in je handen en het doet een beetje denken aan een sigaret. Het heeft mij in elk geval op de moeilijke momenten geholpen.
Ook het idee van hoeveel vreselijker me ik zou voelen als ik op een zwak moment zou zwichten en alsnog naar de winkel zou rennen voor een pakje peuken droeg bij aan mijn wilskracht om het vol te houden. Een paar minuten zaligheid maar daarna ondenkbaar veel spijt. (Hee! Dat rijmt haha!) Ik begon na een poosje echter te merken dat ik nu een beetje verslaafd begon te worden aan zoethout. Had een ‘stash’ liggen (net als de reserve pakjes Camel die ik altijd in huis had) en zat wel erg vaak met zo’n houten stokje in mijn handen. Klaar. Weggegeven aan mijn oudste broer die ook het voornemen had om te stoppen en nooit meer gekocht. Ik wil nergens meer verslaafd en afhankelijk van zijn, dus ook niet zoiets onschuldigs als zoethout. Hoewel, het kan bij overmatig gebruik niet bevordelijk zijn voor je bloeddruk.
Toen ik een half jaar gestopt was kocht ik voor mezelf een beloning in de vorm van een contactgrill. Die wilde ik al een poosje hebben en nu had ik hem wel verdiend! Een contactgrill is een apparaat waar je zonder of met heel weinig olie en boter van alles kunt bereiden. Heel gezond en mager dus! Vlees, vis, groenten, paninni’s…Ik kocht er eentje van het merk Russell Hobbs, dat was één van de duursten uit de rij die stond opgesteld bij de Mediamarkt. Maar ook de meest stevige en voorzien van een mooie rode kleur. Ik heb er nog altijd veel plezier van. Het allerliefst maak ik er gevulde broodjes mee. Allerlei soorten brood, zoals Turks brood van de markt, ciabattabroodjes maar ook wraps. Alles krijgt zo’n mooi donker streepjes patroon en het smaakt gewoon lekker. Bovendien is het gezond, je hebt maar weinig boter en/of olie nodig en soms zelfs helemaal niet! De recepten waarbij ik gebruik maak van de grill voorzie ik van de tag ‘contactgrill‘ dus ben je benieuwd wat er zoal mee kan, kijk dan eens rond!

Toen ik een jaar was gestopt kocht ik mijn volgende beloning. De complete DVD box van Sex and the City. Ook daar ben ik nog steeds erg blij mee.

En de derde beloning was een half jaar verder, in november dit jaar toen ik dus anderhalf jaar was gestopt. Een jurkje. Een heel prijzig jurkje van DEPT., die ik normaal niet zo snel zou kopen juist vanwege de prijs. Maar waar ik al heel wat complimentjes over heb gekregen en nog steeds erg blij mee ben. Mijn maar-ik-rook-niet-jurkje, voor de avonden waarop ik in een maar-ik-drink-wel gelegenheid ben! Tadaaaaa…

Al met al, het viel niet mee, maar het was, heel cliche, het grootste cadeau dat ik mezelf heb kunnen geven. Stoppen met roken. Het is vies (ik ruik nu zelf hoe vies, bah, smerig! Ja, ik ben er zo één, zo’n hypocriete vies kijkende kuchende ex-roker die een stukje verder op gaat staan als iemand er eentje op steekt en oh wee als iemand het in zijn hoofd haalt om dat in mijn paleisje te doen). Het is duur. Het is tegenwoordig not done. Nerveus, gespannen, trillend en totaal onaanspreekbaar reizen per vliegtuig doorstaan. Buiten, rillend in de kou. Rookruimtes. Met als toppunt die van glas, zoals jaren geleden op een vliegveld in Washington, waar mijn eveneens nicotine-verslaafde moeder en ik als aapies in een glazen kooi met de andere stumperts aan ons peukie zaten te lurken.

Dus. Ik drink ieder weekend iets te veel, ik eet wel eens slecht en vet en ik doe niet aan sport. Maar. Ik rook niet!